Tsja, hoe zit nou? Moeten samengestelde woorden aan elkaar of los? Schrijf je sport wagen of sportwagen?
Als het om samenstellingen van zelfstandige naamwoorden gaat, vind ik het nog redelijk rechtlijnig. Maar als het gaat om het al dan niet aan elkaar schrijven van voorzetsels, wordt het een stuk lastiger. Dan moet je al beginnen met het ontleden van zinnen om te bepalen welk voorzetsel waarbij hoort…
Uitleg vind je hier:
Oefenen:
- Juf Melis
- Cambiumned: Schrijf je woorden aan elkaar of los?
- Bij elkaar zoeken 1 en 2
- Aaneenschrijven van woorden en getallen, combinatiespel
- Klascement, werkblad samenstellingen (hiervoor moet je je aanmelden)
- Sleepoefening
- Apart opschrijven
- Maak een samenstelling
- Woordsoorten herkennen in de samenstelling
- Samenstelling of afleiding?
- Aaneenschrijven
- Minicursus samenstellingen
- Het aaneenschrijven van woorden, met uitleg
Ik heb me bij de keuze van oefenmateriaal beperkt tot basisoefeningen. Koppeltekens, trema’s, apostrofs en tussen -n en -s komen later nog. Ik merk dat de opbouw is, om eerst met het fenomeen ‘samengesteld woord’ te beginnen, om pas later alle regels toe te gaan passen. Dat brengt me op het volgende spelidee:
Je kunt zelf een memory maken van samengestelde woorden: huisdeur, boomhut, badkamer, halsband, kniekous, enzovoort. Zoek woorden uit die makkelijk uit te beelden zijn en maak kaartjes voor ieder woordpaar: huis – deur, knie – kous. Hiermee kun je samenstellingen memory spelen.
Een ander samenstellingenspel is het woordrijgen: De eerste speler begint met een samengesteld woord, bijvoorbeeld huisdeur. De tweede speler neemt het laatste woord ervan af, deur, en maak daar een nieuw samengesteld woord van: deurkruk, enzovoort. Zo’n spelletje kun je ook in de auto spelen.
Ken jij nog andere leuke samenstellingen spelletjes? Deel ze dan met ons door een reactie achter te laten.
Reacties